ECLI:NL:GHSHE:2015:305
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake exoneratiebeding en relativiteitsverweer in civiele geschillen
In deze civiele zaken stonden exoneratiebedingen en relativiteitsverweren centraal in het hoger beroep tussen Tekholl, Veka Scheepsbouw en de Staat der Nederlanden. Het hof had eerder geoordeeld dat het beroep op een exoneratiebeding door Tekholl verworpen moest worden, maar had nog geen eindbeslissing genomen over andere onderdelen en tekortkomingen. Daarnaast werd in een andere zaak het relativiteitsverweer grotendeels gehonoreerd, met de mogelijkheid dat de Staat zich daar niet op kon beroepen.
Het hof had een deskundigenonderzoek gelast om de geschilpunten nader te onderzoeken. Tekholl verzocht het hof om het arrest van 2 december 2014 tussentijds vatbaar te maken voor cassatie, omdat zij het niet eens was met de beslissing en duidelijkheid wenste voordat uitvoering werd gegeven aan het deskundigenonderzoek. De Staat stelde zich op het standpunt dat het deskundigenbericht niet gelast diende te worden in haar zaak, maar erkende dat dit standpunt formeel pas later aan de orde kon komen.
Het hof besloot het tussentijds cassatieberoep toe te staan tegen het arrest van 2 december 2014 en de eerdere tussenarresten, en hield de beslissing aan in de zaak waarin de Staat partij was totdat op het cassatieberoep was beslist. Hiermee werd voorzien in een efficiënte procedurele afhandeling van de geschillen over exoneratie en relativiteit.
Uitkomst: Het hof stond tussentijds cassatieberoep toe tegen het arrest van 2 december 2014 en hield de beslissing aan in de zaak met de Staat als partij.