ECLI:NL:GHSHE:2012:BV9577
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.M. Brandenburg
- H.A.W. Vermeulen
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Civiel geschil over aansprakelijkheid en exoneratie bij ontwerp en bouw van beunschip
Deze civiele procedure betreft een geschil over de aansprakelijkheid van Tekholl en de Staat voor tekortkomingen in de sterkteberekeningen en het toezicht bij de bouw van een multifunctioneel beunschip, dat in 2004 schade opliep door knikken van het schip. Veka Scheepsbouw B.V. vordert vergoeding van schade en proceskosten, waarbij Tekholl en de Staat in vrijwaring zijn opgeroepen.
De rechtbank Breda wees in eerste aanleg een deel van de vorderingen tegen Tekholl toe, maar wees de vorderingen tegen de Staat af wegens het ontbreken van relativiteit. Tekholl beriep zich op een exoneratiebeding in de Metaalunievoorwaarden. Zowel Tekholl als de Staat maakten bezwaar tegen het gebruik van het rapport van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid als bewijs; het hof oordeelde dat dit rapport krachtens de Rijkswet niet als bewijs kan worden gebruikt.
Het hof beoordeelt uitgebreid de toepasselijkheid en geldigheid van de Metaalunievoorwaarden, de uitleg van het exoneratiebeding, en de vraag of Tekholl opzet of bewuste roekeloosheid kan worden verweten. Er is twijfel over de berekening van het negatief buigend moment en het gebruik van klassenvoorschriften buiten het toepassingsgebied. Het hof stelt nadere deskundigenonderzoeken voor, onder meer over verzekeringsmogelijkheden voor Tekholl. Ook wordt de civielrechtelijke relatie tussen Veka en de Staat besproken, waarbij het hof concludeert dat geen contractuele relatie bestaat en het relativiteitsvereiste van toepassing is. De zaak wordt deels aangehouden voor nader bewijs en deskundigenrapportage.
Uitkomst: Het hof wijst het gebruik van het rapport van de Onderzoeksraad als bewijs af, bevestigt de toepasselijkheid van de Metaalunievoorwaarden en houdt de zaak aan voor nader deskundigenonderzoek over exoneratie en verzekerbaarheid.