Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende, lid van de provinciale staten en gemeenteraad, voerde in hoger beroep aan dat hij op grond van het gelijkheidsbeginsel recht heeft op vrijstelling van inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, gelijk aan de vrijstelling die leden van het Koninklijk Huis genieten volgens artikel 40, lid 2, van de Grondwet.
Het Hof overwoog dat de vrijstelling voor leden van het Koninklijk Huis wettelijk is verankerd en dat de wetgever deze situatie niet als gelijk aan andere belastingplichtigen beschouwt. Het oordeel van de wetgever dient door de rechter te worden gerespecteerd, ook gelet op de ruime beoordelingsvrijheid die de wetgever heeft onder internationale verdragen.
Belanghebbendes beroep op het gelijkheidsbeginsel en het grondwettelijk toetsingsverbod faalt, aangezien de vrijstelling een lex specialis vormt en niet in strijd is met de Wet inkomstenbelasting 2001. Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.