Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
- Is de navorderingsaanslag terecht en tot het juiste bedrag opgelegd?;
- Is de vergrijpboete terecht en naar het juiste bedrag opgelegd?
4.Gronden
€ 16.975 belanghebbende dús niet de vereiste aangifte heeft gedaan en dat dús de bewijslast moet worden omgekeerd, wordt door het Hof dan ook niet gevolgd.
,ECLI:NL:HR:2011:BT2299). Belanghebbende is eerst in december 2009 veroordeeld tot betaling aan de Staat van het wederrechtelijk verkregen voordeel, zodat het bedrag niet op het inkomen uit 2008 in mindering kan worden gebracht.
5.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, behoudens de beslissingen omtrent het griffierecht en de proceskosten;
- verklaart het tegen de uitspraken van de Inspecteur ingestelde beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraken van de Inspecteur;
- vermindert de navorderingsaanslag tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 38.225;
- bepaalt dat de heffingsrentebeschikking dienovereenkomstig wordt verminderd;
- vernietigt de boetebeschikking;
- gelast dat de Inspecteur aan belanghebbende het door deze ter zake van de behandeling van het hoger beroep bij het Hof betaalde griffierecht ten bedrage van € 118 vergoedt; en
- veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het geding bij het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 974.