ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ4322
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.A.M. Pijnenburg
- P. Fortuin
- L.M. Brouwer-Harten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van aanslag baatbelasting voor bedrijventerrein ondanks geschil over onderbouwing en heffingsgrondslag
Belanghebbende was in beroep tegen een aanslag baatbelasting van €212.388,76 voor het jaar 1998 opgelegd door de Heffingsambtenaar van de gemeente Venlo. Het geschil betrof onder meer de vraag of de aanslag voldoende was onderbouwd, of sprake was van een onredelijke en willekeurige heffing, en of belanghebbende voldoende baat had bij de getroffen voorzieningen.
Het Hof stelde vast dat de financiële administratie, ondanks enkele ontbrekende primaire bescheiden in de projectadministratie, door een accountant was goedgekeurd en dat belanghebbende voldoende gelegenheid had gehad tot inzage. De Heffingsambtenaar had aannemelijk gemaakt dat de lasten van de voorzieningen gelijkmatig waren omgeslagen over alle percelen binnen het heffingsgebied, ook al waren er enkele kavels met lagere uitgifteprijzen.
Verder oordeelde het Hof dat de voorzieningen niet onredelijk waren omgeslagen over onroerende zaken buiten het omslaggebied en dat de samenvoeging van noordelijk en zuidelijk deel van het bedrijventerrein gerechtvaardigd was vanwege de ruimtelijke en functionele samenhang. De onjuiste vermelding van 'aantal strekkende meters' op het aanslagbiljet werd gezien als een kennelijke vergissing die de aanslag niet nietig maakte.
Ten slotte concludeerde het Hof dat belanghebbende naar verwachting op de peildatum 1 juli 1996 in een voordeligere positie zou komen door de voorzieningen, en dus voldoende baat had. Het Hof bevestigde de uitspraak van de Rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de aanslag baatbelasting en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond.