ECLI:NL:GHSHE:2013:BY9350
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.C.K.W. Bartel
- G.J. van Muijen
- P.J.M. Bongaarts
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WOZ-waarde woning en aanslag hondenbelasting wegens strijd met gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning met hobbyruimte, waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2009 is vastgesteld op €433.000. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank bleef deze waarde gehandhaafd. In hoger beroep betwist belanghebbende de WOZ-waarde en de rechtmatigheid van de opgelegde hondenbelasting.
Het hof oordeelt dat de Heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde juist is vastgesteld, onder meer op basis van een taxatierapport met vergelijkbare referentieobjecten. De stelling van belanghebbende dat de woning onverkoopbaar was en dat de waarde daarom lager zou moeten zijn, wordt verworpen wegens onvoldoende bewijs.
Ten aanzien van de hondenbelasting overweegt het hof dat deze belasting is gericht op het verkrijgen van algemene middelen en niet op het dekken van kosten die verband houden met hondenbezit. Hierdoor is er geen objectieve en redelijke grond om de belasting uitsluitend aan hondenbezitters op te leggen, wat leidt tot een schending van het gelijkheidsbeginsel. De aanslag hondenbelasting wordt daarom vernietigd.
Het hof veroordeelt de Heffingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten en gelast de gemeente tot terugbetaling van het griffierecht. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard voor het onderdeel hondenbelasting en ongegrond voor het overige.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt bevestigd, maar de aanslag hondenbelasting wordt vernietigd wegens strijd met het gelijkheidsbeginsel.