ECLI:NL:RBZWB:2022:3088
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid aanslag hondenbelasting gemeente
De heffingsambtenaar van de gemeente heeft aan belanghebbende een aanslag hondenbelasting opgelegd voor vijf honden over het jaar 2020, waartegen belanghebbende bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde. Belanghebbende voerde aan dat de aanslag willekeurig is en in strijd met het gelijkheidsbeginsel, omdat andere dieren zoals katten en paarden niet worden belast en de tarieven onredelijk hoog zijn.
De rechtbank toetste de aanslag aan artikel 226 van Pro de Gemeentewet en de gemeentelijke Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2020. De rechtbank oordeelde dat de gemeenteraad binnen zijn ruime beoordelingsvrijheid heeft gehandeld door hondenbelasting te heffen vanwege de kosten die samenhangen met de bevuiling door honden. Het onderscheid tussen hondenhouders en anderen is gerechtvaardigd en niet in strijd met discriminatieverboden.
De rechtbank verwierp de stelling dat het tarief onredelijk is en concludeerde dat de aanslag rechtmatig is opgelegd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Een proceskostenvergoeding werd niet toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter T. Peters op 23 juni 2022 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag hondenbelasting 2020 wordt ongegrond verklaard en de aanslag is rechtmatig.