ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ3650
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.J.M. Bongaarts
- W.E.M. van Nispen tot Sevenaer
- H.M.N. Schonis
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen aansprakelijkstelling vennootschapsbelasting op grond van artikel 40 Invorderingswet 1990
Belanghebbende, voormalig directeur-grootaandeelhouder van A B.V., werd aansprakelijk gesteld voor onbetaalde vennootschapsbelasting over 2003 na verkoop van aandelen waarbij de koopsom werd voldaan door overname van een rekening-courantschuld. De inspecteur stelde hem aansprakelijk op grond van artikel 40, lid 1, Invorderingswet 1990, omdat het vermogen van de vennootschap ontoereikend was geworden.
Het hof overweegt dat artikel 40 IW Pro alleen ziet op gevallen waarin bewust middelen aan de vennootschap worden onttrokken met het oog op het illusoir maken van verhaal van de ontvanger. Uit de feiten blijkt dat belanghebbende en koper ten tijde van de verkoop slechts op uitstel van vennootschapsbelasting waren gericht, niet op afstel. De koper heeft pas later besloten tot illusoir maken van verhaal, waar belanghebbende buiten stond.
Belanghebbende heeft zich voldoende gedisculpeerd door aan te tonen dat hij zorgvuldig heeft gehandeld, onder meer door advies van notarissen en accountants in te winnen en een bedrag via de notaris te storten. Het hof vernietigt daarom de beschikking aansprakelijkstelling en veroordeelt de ontvanger tot vergoeding van griffierechten en proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt de aansprakelijkstelling van belanghebbende wegens het ontbreken van bewust verwijtbaar handelen gericht op illusoir maken van verhaal.