ECLI:NL:PHR:2012:BW6516
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid vervreemder voor vennootschapsbelasting bij vermindering vermogen vennootschap buiten normale bedrijfsvoering
Deze zaak betreft de aansprakelijkheid van een vervreemder van aandelen in een vennootschap voor de vennootschapsbelasting die de vennootschap verschuldigd is. De Hoge Raad behandelt de toepassing van artikel 40 van Pro de Invorderingswet 1990, dat bepaalt dat een aandeelhouder die ten minste een derde van het geplaatste kapitaal bezit en zijn aandelen vervreemdt, aansprakelijk kan zijn voor de vennootschapsbelasting die de vennootschap verschuldigd is aan het einde van het jaar van vervreemding en de drie daaropvolgende jaren, indien het vermogen van de vennootschap buiten de normale bedrijfsvoering is verminderd.
De feiten betreffen de verkoop van aandelen in een vennootschap waarvan het vermogen grotendeels bestond uit liquide middelen en een herinvesteringsreserve. De vervreemder had vrijwel alle liquide middelen als lening aan zichzelf opgenomen, waardoor de vennootschap een rekening-courantschuld kreeg. Na de verkoop bleek het vermogen van de vennootschap onvoldoende om de belastingschuld te voldoen. De vervreemder stelde dat hij zich op de disculpatiegrond van artikel 40 lid 6 kon Pro beroepen, omdat hij niet verantwoordelijk was voor de vermogensvermindering.
De rechtbank en het hof stelden vast dat de vervreemder aansprakelijk was omdat het vermogen buiten de normale bedrijfsvoering was verminderd en dat hij onvoldoende maatregelen had genomen om te voorkomen dat de vennootschap haar belastingschuld niet kon voldoen. Het hof oordeelde dat sprake moest zijn van bewust verwijtbaar handelen. De Hoge Raad overweegt dat artikel 40 een Pro zorgplicht voor de vervreemder inhoudt om te voorkomen dat de koper de vennootschap leeghaalt zonder de belastingschuld te voldoen. De vervreemder moet voldoende maatregelen treffen, zoals het stellen van zekerheden. Het hof heeft volgens de Hoge Raad ten onrechte de bewijslast en het toepassingsbereik van artikel 40 beperkt Pro.
De Hoge Raad bevestigt dat de vervreemder aansprakelijk is indien het vermogen van de vennootschap buiten de normale bedrijfsvoering is verminderd en dat de vervreemder zich slechts kan disculperen als hij bewijst dat het niet aan hem te wijten is. De zorgplicht strekt zich uit over een periode van vijf jaren voorafgaand aan de vervreemding, het jaar van vervreemding en drie jaren daarna. De uitspraak benadrukt dat de vervreemder niet kan volstaan met het vertrouwen op de goede bedoelingen van de koper, maar actief maatregelen moet nemen om de verhaalsmogelijkheden van de ontvanger te waarborgen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aansprakelijkheid van de vervreemder voor vennootschapsbelasting wegens vermogensvermindering buiten normale bedrijfsvoering en wijst zijn beroep op disculpatie af.