ECLI:NL:GHSHE:2010:BM7465
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beperking heffingsrente bij ambtshalve vermindering voorlopige aanslag in strijd met zorgvuldigheidsbeginsel
Belanghebbende kreeg over 2007 een voorlopige aanslag Zvw opgelegd die later ambtshalve door de inspecteur werd verminderd tot nihil zonder heffingsrente te vergoeden. De inspecteur bracht vervolgens heffingsrente in rekening over een latere voorlopige aanslag. Het hof oordeelt dat de inspecteur in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel heeft gehandeld door geen negatieve voorlopige aanslag op te leggen, waarbij heffingsrente vergoed had moeten worden.
De zaak draait om de toepassing van artikel 13 AWR Pro en de wijze van verrekening van voorlopige aanslagen en heffingsrente. Het hof stelt vast dat het opleggen van een negatieve voorlopige aanslag mogelijk is en dat dit had moeten gebeuren om een juiste rentevergoeding te waarborgen. De keuze van de inspecteur om de voorlopige aanslag te verminderen zonder rentevergoeding druist in tegen het beleid van de staatssecretaris en het zorgvuldigheidsbeginsel.
Het hof beperkt daarom de in rekening gebrachte heffingsrente tot het bedrag dat zou zijn verschuldigd indien de inspecteur de negatieve voorlopige aanslag had opgelegd. Het hoger beroep van de inspecteur wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met een griffierecht van €433 ten laste van de inspecteur.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de Inspecteur ongegrond en beperkt de heffingsrente tot €34,74, bevestigt de uitspraak van de rechtbank en legt een griffierecht van €433 op.