ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ3329
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H. Eijsenga
- A.J.M. van Gink
- J.H.J.M. Mertens - Steeghs
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ontnemingsvordering wederrechtelijk verkregen voordeel in criminele organisatie
In deze ontnemingszaak is het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Breda betreffende de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De zaak betreft de deelname van de veroordeelde aan een criminele organisatie die zich bezighield met de handel in hasj en het witwassen van gelden via wisseltransacties in vreemde valuta.
Het hof constateert een overschrijding van de redelijke termijn, met name in de fase voorafgaand aan de betekening van de ontnemingsvordering. Desondanks is het onderzoek in hoger beroep met voldoende voortvarendheid voortgezet. De verdediging heeft meerdere verzoeken tot het horen van getuigen gedaan, die het hof heeft afgewezen wegens gebrek aan concrete en gemotiveerde onderbouwing.
De financiële rapportage en bewijsmiddelen tonen aan dat de veroordeelde aanzienlijke bedragen in vreemde valuta heeft gewisseld en uitgeleend, welke worden aangemerkt als wederrechtelijk verkregen voordeel uit de handel in verdovende middelen. Het hof stelt het voordeel vast op €2.626.131 en past een vermindering toe van €15.000 wegens schending van de redelijke termijn en artikel 511b Sv. De betalingsverplichting wordt vastgesteld op €2.611.131. De draagkracht van de veroordeelde om te betalen wordt voorlopig aangenomen.
Uitkomst: Veroordeelde moet €2.611.131 betalen aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.