ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ3331
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H. Eijsenga
- A.J.M. van Gink
- J.H.J.M. Mertens - Steeghs
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ontnemingsvordering wederrechtelijk verkregen voordeel uit hasjhandel
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Breda inzake de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit de handel in hasj. De veroordeelde werd eerder veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met in- en uitvoer van hasj en heling.
Het hof oordeelt dat er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn, met name in de fase voorafgaand aan de ontnemingsvordering, en een schending van artikel 511b Sv. Desondanks leidt dit niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, maar wel tot een matiging van het op te leggen bedrag.
De verdediging verzocht om het horen van diverse getuigen ter onderbouwing van haar standpunten, maar het hof wees deze verzoeken af wegens gebrek aan concrete en gemotiveerde onderbouwing. Het hof baseert zich op het onherroepelijke vonnis en het strafrechtelijk financieel onderzoek.
Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op netto €2.626.131, waarbij rekening is gehouden met kosten en een matiging van €15.000 wegens de overschrijding van de redelijke termijn. De veroordeelde wordt verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen.
Het hof acht niet aannemelijk dat de veroordeelde niet in staat is aan deze betalingsverplichting te voldoen, mede gezien de wettelijke verjaringstermijnen en mogelijkheden tot uitstel en betaling in termijnen.
Uitkomst: De veroordeelde wordt verplicht tot betaling van €2.611.131 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel met matiging wegens termijnoverschrijding.