ECLI:NL:GHSHE:2008:BC8897
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- De Groot-van Dijken
- Huijbers-Koopman
- Rechtspraak.nl
Matiging van buitensporige boete wegens niet-nakoming aanbiedingsverplichting in schadeherstelcontract
In deze civiele zaak stond centraal of en in hoeveel gevallen geïntimeerde sub 1 c.s. toerekenbaar tekort was geschoten in de nakoming van haar aanbiedingsverplichting uit hoofde van een koopovereenkomst, met betrekking tot schadeherstelwerkzaamheden tussen 1999 en 2004.
Het hof onderscheidde de Noordervaart-gevallen (lijst A) en overige gevallen (lijst B). Van de 110 overtredingen werden 41 vastgesteld als toerekenbare tekortkomingen. Partijen leverden uitgebreid bewijs, waaronder getuigenverklaringen en memorie na enquête. Het hof oordeelde dat de verklaringen van partijgetuigen slechts aanvullend bewijs konden leveren en dat geïntimeerde sub 1 c.s. in meerdere gevallen aannemelijk had gemaakt dat herstelopdrachten wel waren aangeboden of dat herstel door een Focwa/Schadegarant aangesloten bedrijf moest plaatsvinden.
De bedongen boete bedroeg f 25.000,- per overtreding, wat bij 41 overtredingen neerkwam op €465.125,-. Gezien de geringe werkelijke schade per overtreding (winstderving geschat op 20% van factuurbedragen variërend van €59,30 tot €1.967,19) vond het hof deze boete buitensporig. Op grond van art. 6:94 BW Pro matigde het hof de boete tot €250.000,-. Verder wees het hof de gevorderde buitengerechtelijke kosten af en compenseerde de proceskosten tussen partijen.
Uitkomst: Het hof matigt de boete tot €250.000,- en veroordeelt geïntimeerden tot betaling hiervan met rente, wijst het meer gevorderde af en compenseert de proceskosten.