ECLI:NL:GHSHE:2004:AS4514
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Drijkoningen
- Den Hartog Jager
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verdeling gemeenschappelijke woning en onverschuldigde alimentatiebetaling na echtscheiding
Partijen waren ruim 23 jaar gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen. Tijdens het huwelijk kochten zij samen een bouwperceel en bouwden daarop een woning, volledig gefinancierd door de man, maar beiden werden mede-eigenaar. Na hun scheiding betaalde de man alimentatie aan de vrouw.
De vrouw vorderde overdracht van haar aandeel in de woning tegen betaling van €360.000,-, wat de man weigerde. Hij stelde dat de overeenkomst tot overdracht onder druk en geestelijke stoornis was gesloten en dat de woning te hoog was getaxeerd. Het hof verwierp deze stellingen, oordeelde dat de gemeenschappelijke eigendom bewust was gekozen als natuurlijke verbintenis ter voldoening aan een morele verplichting en dat de waarde correct was vastgesteld.
Verder oordeelde het hof dat de alimentatiebetalingen onverschuldigd waren omdat de vrouw na vertrek met een ander samenwoonde, waardoor de alimentatieplicht verviel. De vrouw kon geen rechtsgrond voor de betalingen aantonen, noch een natuurlijke verbintenis. De man werd veroordeeld tot terugvordering van deze betalingen.
Het hof vernietigde het vonnis voor zover het de betaling van €163.360,88 betrof, veroordeelde de man tot betaling van dit bedrag met wettelijke rente vanaf 23 juni 2001, en bekrachtigde het vonnis voor het overige. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Man wordt veroordeeld tot betaling van €163.360,88 met rente aan vrouw en terugvordering van onverschuldigde alimentatiebetalingen.