ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ2252
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake aansprakelijkheid en dekking brandstichting inboedelverzekering
De zaak betreft een geschil tussen [appellant] en De Goudse over de dekking van een inboedelverzekering na brand in de woning van [appellant]. De brand ontstond op 9 juni 2007 en werd door onderzoek van Interseco als brandstichting aangemerkt, waarbij [appellant] vermoedelijk negatief betrokken was. De verzekeraar beroept zich op uitsluitingsclausules wegens merkelijke schuld.
In eerste aanleg werd de vordering van [appellant] afgewezen omdat de verzekeraar voldoende bewijs leverde dat de brand door of op instigatie van [appellant] was veroorzaakt. Het hof bevestigt dit oordeel na beoordeling van getuigenverklaringen, technische rapporten en verklaringen van betrokkenen, waaronder de dochter van [appellant].
Het hof oordeelt dat de braakschade aan de keukendeur pas na de brand is ontstaan en dat de verklaringen van getuigen betrouwbaar zijn. De vermoedens dat [appellant] opdracht gaf tot brandstichting worden als voldoende onderbouwd beschouwd, mede gelet op zijn schuldenlast en het ontbreken van een geloofwaardige ontkenning.
Het hof wijst de grieven van [appellant] af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank. [appellant] wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de verzekeraar niet tot schadevergoeding gehouden is wegens merkelijke schuld van de verzekerde aan brandstichting.