ECLI:NL:PHR:2013:BZ7394

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juni 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
13/00701
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a ROArt. 294 WvK
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing verzekeringsvergoeding wegens merkelijke schuld brandstichting

In deze zaak vorderde eiser vergoeding van de verzekerde inboedel na brand in zijn woning. Het hof oordeelde ampel en overtuigend dat sprake was van brandstichting en dat deze op instigatie van eiser was gepleegd. Hierdoor werd de vordering afgewezen vanwege merkelijke schuld van de verzekerde.

Eiser voerde in cassatie aan dat het hof ten onrechte had geoordeeld en dat hij een deskundige wilde horen als tegenbewijs. De Hoge Raad verwierp deze gronden: het oordeel van het hof werd als juist beschouwd en het aanbod tot het horen van een deskundige behoeft volgens vaste rechtspraak geen gevolg.

De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en bevestigde daarmee het arrest van het hof. De verzekeraar hoeft de schade niet te vergoeden omdat de verzekerde door zijn merkelijke schuld de dekking heeft verloren.

Uitkomst: Het cassatieberoep is ongegrond verklaard en de vordering tot vergoeding is afgewezen wegens merkelijke schuld van de verzekerde.

Conclusie

Zaaknummer 13/00701
mr. J. Spier
Zitting van 12 april 2013 (bij vervroeging)
Conclusie inzake
[Eiser]
tegen
Goudse Schadeverzekeringen N.V.
1. In deze zaak heeft het Hof, ampel en overtuigend gemotiveerd, geoordeeld dat sprake is van brandstichting in de woning van [eiser] en dat plausibel is dat de brandstichting op instigatie van [eiser] is gepleegd. Daarom mislukte [eiser]'s vordering tot vergoeding van de door hem verzekerde inboedel.
2. Onderdeel 1 miskent 's Hofs onder 1 weergegeven oordeel. Het stuit daarop af.
3. Onderdeel 2 mist feitelijke grondslag. [Eiser] heeft t.a.p. geen tegenbewijs aangeboden, maar slechts aangeboden om een deskundige te horen. De rechter behoeft op zo'n aanbod evenwel volgens vaste rechtspraak niet in te gaan.
4. Bijgevolg is het cassatieberoep van iedere grond en elk belang gespeend. Het kan worden afgehandeld op de voet van art. 80a RO.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
Advocaat-Generaal