ECLI:NL:GHSGR:2011:BP7558
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mos-Verstraten
- Van Dijk
- Mink
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding minderjarige naar gewone verblijfplaats in Frankrijk na ongeoorloofde overbrenging naar Nederland
In deze zaak staat de teruggeleiding van een minderjarige centraal die door de vader op 3 april 2010 uit Frankrijk is meegenomen naar Nederland, terwijl de moeder het gezag over het kind heeft en de minderjarige zijn gewone verblijfplaats in Frankrijk had verkregen.
De centrale autoriteit en moeder voeren aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de gewone verblijfplaats van de minderjarige Nederland is, terwijl de vader juist de minderjarige ongeoorloofd heeft overgebracht en achterhoudt. De vader betwist dit en stelt dat de gewone verblijfplaats Nederland is, onderbouwd met diverse bewijsstukken zoals huurcontracten, medische dossiers en aankoopbewijzen.
Het hof oordeelt dat de minderjarige tot 19 maart 2010 zijn gewone verblijfplaats in Nederland had, maar daarna bij de moeder in Frankrijk is gaan wonen en dat de vader de minderjarige zonder toestemming van de moeder heeft meegenomen naar Nederland. De vader handelt daarmee in strijd met het gezagsrecht van de moeder en artikel 3 van Pro het HKOV. Omdat geen uitzonderingsgronden van het HKOV van toepassing zijn, wordt de onmiddellijke terugkeer naar Frankrijk gelast.
Daarnaast wijst het hof het verzoek tot vergoeding van door de moeder gemaakte kosten af wegens onvoldoende specificatie. De teruggeleiding dient uiterlijk 13 maart 2011 te geschieden, met een bevel tot afgifte van de minderjarige aan de moeder indien de vader nalaat tot terugkeer.
Uitkomst: Het hof gelast de teruggeleiding van de minderjarige naar Frankrijk uiterlijk op 13 maart 2011 en beveelt afgifte aan de moeder indien de vader nalaat tot terugkeer.