ECLI:NL:GHSGR:2008:BG6755
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Mos-Verstraten
- Van der Kuijl
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep bij internationale kinderontvoering na teruggeleiding minderjarige
In deze zaak staat de teruggeleiding van een minderjarige naar zijn gewone verblijfplaats in de Verenigde Staten centraal. De moeder was in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter die de teruggeleiding had bevolen. De Centrale Autoriteit trad op namens de vader, die mede het gezag over het kind heeft.
Het hof bevestigt het perpetuatio fori-beginsel, waarbij de rechterlijke bevoegdheid wordt bepaald op het moment van de eerste aanleg. De Centrale Autoriteit betoogde dat het hof niet bevoegd was omdat het kind niet meer in Nederland verbleef, maar dit werd verworpen op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag.
Uiteindelijk oordeelt het hof dat de moeder geen belang meer heeft bij haar hoger beroep omdat het kind reeds op 21 mei 2008 naar de Verenigde Staten is teruggekeerd. Hierdoor leidt een vernietiging van de beschikking niet tot een ander rechtsgevolg. Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de moeder niet-ontvankelijk omdat het kind reeds naar de Verenigde Staten is teruggekeerd.