ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ1995
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beschikking internationale kinderontvoering en terugkeer minderjarige naar vader
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek van de Centrale Autoriteit tot teruggeleiding van een minderjarige naar haar vader in het buitenland, in het kader van het Haagse Verdrag inzake internationale kinderontvoering. De moeder voerde aan dat terugkeer traumatiserend zou zijn en dat zijzelf niet naar het buitenland kan terugkeren vanwege een arrestatiebevel. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende bewijs vormen voor een ernstig risico zoals bedoeld in artikel 13 lid 1 sub b van Pro het Verdrag.
De rechtbank nam kennis van een psychologisch rapport waarin werd gesteld dat terugkeer traumatiserend zou zijn, maar concludeerde dat dit rapport onvoldoende onderbouwd was en niet gebaseerd op recente informatie. Ook de stelling dat de vader geen rol heeft gespeeld in de verzorging werd verworpen, omdat de moeder de minderjarige zonder toestemming naar Nederland had gebracht.
Gezien het feit dat minder dan een jaar was verstreken sinds de ongeoorloofde overbrenging, en geen van de weigeringsgronden van het Verdrag van toepassing waren, gelastte de rechtbank de onmiddellijke terugkeer van de minderjarige naar de vader. Tevens werd bepaald dat de minderjarige op 8 mei 2009 aan de vader moet worden overgedragen. Iedere partij draagt haar eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank gelast de terugkeer van de minderjarige naar de vader op 8 mei 2009 en beveelt de afgifte aan de vader.