ECLI:NL:GHSGR:2003:AL8181
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Duindam
- Pannekoek-Dubois
- Van Leuven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezamenlijk gezag na echtscheiding in het belang van het kind
Deze zaak betreft een geschil over het gezag over een minderjarig kind na echtscheiding van de ouders. De moeder verzoekt om gezamenlijk gezag toe te kennen, terwijl de vader het eenhoofdig gezag heeft en het kind bij hem woont. Het hof onderzoekt de wettelijke kaders en de toepassing van artikel 8 EVRM Pro, dat het recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven beschermt.
Het hof stelt vast dat volgens artikel 1:253o BW een verzoek om gezamenlijk gezag slechts van beide ouders samen kan komen, wat het hof als een ontoelaatbare inmenging in het familie- en gezinsleven beoordeelt en daarmee in strijd met artikel 8 EVRM Pro. Daarom past het hof artikel 94 van Pro de Grondwet toe en laat deze wettelijke bepaling buiten toepassing, waardoor de moeder ontvankelijk is in haar verzoek.
Het hof beoordeelt vervolgens of gezamenlijk gezag in het belang van het kind is. Gelet op de verslechterde verstandhouding tussen de ouders en het risico dat het kind klem of verloren raakt tussen hen, acht het hof gezamenlijk gezag niet verantwoord. Het kind woont bij de vader en geeft aan daar te willen blijven. Daarom wordt het verzoek tot gezamenlijk gezag afgewezen en blijft het eenhoofdig gezag bij de vader in stand.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot gezamenlijk gezag af en bekrachtigt het eenhoofdig gezag bij de vader.