Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.De procedure in hoger beroep
3.Feiten en achtergronden van deze zaak
4.De standpunten van partijen; het oordeel van de rechtbank
5.Beoordeling in hoger beroep
over en weer) en er was geen goede reden (mede gelet op de hierboven onder 5.5. genoemde belangen van [eiser] ) om de onderbouwing van het verzoek niet ook algemeen te houden. De OvJ had kunnen volstaan met de uitleg dat het OM deze informatie nodig had in het belang van een strafrechtelijk onderzoek met betrekking tot door [eiser] en [ex-echtgenoot] over en weer gedane beschuldigingen. Mocht VT de informatie in dat geval niet vrijwillig hebben willen geven, dan had de OvJ, naar de Staat zelf aanvoert, de verzochte informatie in ieder geval kunnen krijgen door, na verkregen machtiging van de RC, een formele vordering tot VT te richten. De Staat voert immers aan dat een dergelijke machtiging zeker zou zijn verleend. Dat een formele vordering had kunnen worden gedaan zonder aan VT de strafrechtelijke gegevens over [eiser] te verstrekken heeft [eiser] gemotiveerd aangevoerd en de Staat heeft dat niet bestreden. Het lijkt bovendien bevestigd te worden door de overgelegde, algemeen en neutraal geformuleerde machtiging voor het opvragen van informatie bij de Raad voor de Kinderbescherming; in die machtiging wordt niet gerept van verdenkingen richting [eiser] . Aldus voldoet de wijze waarop de OvJ zijn verzoeken aan VT heeft ingekleed ook niet aan het subsidiariteitsvereiste. De OvJ had een weg kunnen volgen die niet of minder schadelijk voor [eiser] was geweest en die haar niet had afgeschrikt van het doen van meldingen aan VT.
op de door hem gebruikte wijze(door strafrechtelijke gegevens over [eiser] aan VT te verstrekken) aan VT had mogen vragen, is dat aspect van het onrechtmatig handelen hiervoor reeds gegrond bevonden.
het te laat informeren van [eiser] over de intrekking van het door het OM ingestelde appel
6.Conclusie
in eerste aanlegbegroot op € 443,14 voor verschotten (€ 314,-- voor griffierecht + € 129,14 voor kosten van de dagvaarding) en € 1.228,-- voor salaris van de advocaat, en
in hoger beroepop € 484,97 voor verschotten (€ 349,-- voor griffierecht + € 135,97 voor kosten appeldagvaarding) en € 2.580,-- voor salaris van de advocaat;