Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- het beroepschrift met grieven en met bijlagen van Badhuiskade, ingekomen ter griffie van het hof op 25 juli 2025, waarmee Badhuiskade in hoger beroep is gekomen van de beschikking van de rechtbank Den Haag van 26 juni 2025;
- het verweerschrift van de VvE, met bijlagen;
- de akte wijziging van eis tevens indiening aanvullende producties, verstuurd per e-mail van 16 februari 2026 en ingekomen ter griffie op 17 februari 2026.
3.Feitelijke achtergrond
6.Ontslag beheerder
7.Benoemen nieuwe beheerder
5.Algemeen/Investeringen
5.(Her)benoemen bestuur
6.(Her)benoemen kascommissie
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vordering in hoger beroep
primair: vernietiging van de beschikking van de kantonrechter van 26 juni 2025 en vernietiging van de besluiten die zijn genomen op de algemene ledenvergaderingen van 7 november 2024 en 28 november 2024,
subsidiair: vernietiging van de beschikking van de kantonrechter van 26 juni 2025 en terugverwijzing van de zaak voor een inhoudelijke beoordeling naar de kantonrechter en
primair en subsidiair: veroordeling van de VvE in de proceskosten in eerste aanleg en in hoger beroep, met bepaling dat Badhuiskade niet hoeft bij te dragen in de kostenveroordeling.
6.Beoordeling in hoger beroep
Verzoek tot vernietiging van de besluiten van de VvE van 7 november 2024 tijdig ingediend?
.
7.Beslissing
- bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 26 juni 2025 voor zover Badhuiskade niet-ontvankelijk is verklaard in haar verzoek tot vernietiging van de besluiten van de algemene ledenvergadering op 7 november 2024;
- vernietigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 26 juni 2025 voor zover Badhuiskade niet-ontvankelijk is verklaard in haar verzoek tot vernietiging van de besluiten van de algemene ledenvergadering op 28 november 2024;
- wijst het verzoek af;
- veroordeelt Badhuiskade in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van de VvE begroot op € € 3.596,00, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als Badhuiskade deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- bepaalt dat als Badhuiskade niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, Badhuiskade de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,00, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als Badhuiskade deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de proceskostenveroordeling betreft.