ECLI:NL:GHDHA:2026:293
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- P.C. van den Brink
- P.J.J. Vonk
- C. Maas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning en afwijzing hoger beroep belanghebbende
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1911 en betwist de vastgestelde WOZ-waarde van €597.000 voor het jaar 2022. De heffingsambtenaar heeft de waarde vastgesteld op basis van een taxatierapport en een matrix met vergelijkingsobjecten, waarbij rekening is gehouden met kwaliteit, onderhoud en voorzieningen.
De Rechtbank Den Haag heeft het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard, stellende dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld en dat de toezendplicht niet is geschonden. Belanghebbende stelde onder meer dat de oppervlakte te hoog is vastgesteld en dat onvoldoende rekening is gehouden met bouwjaar en isolatie, maar deze argumenten werden verworpen.
In hoger beroep heeft het Gerechtshof Den Haag de zaak opnieuw beoordeeld en geoordeeld dat belanghebbende geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft ingebracht die het eerdere oordeel zouden kunnen wijzigen. Het hof bevestigt dat de heffingsambtenaar de toezendplicht niet heeft geschonden en dat de waardebepaling zorgvuldig en op juiste gronden is gebeurd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €597.000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.