ECLI:NL:GHDHA:2021:882
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- H.A.J. Kroon
- T.A. de Hek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na bezwaar en beroep wegens vermeende te hoge waardering
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning die door de Heffingsambtenaar voor het kalenderjaar 2019 is gewaardeerd op €1.630.000. Tegen deze waardering is bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld bij de Rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Tijdens de procedure heeft de Heffingsambtenaar een taxatierapport en vergelijkingsmatrixen overgelegd waarin de waarde systematisch is bepaald aan de hand van vergelijkbare woningen in dezelfde buurt. Het Hof concludeert dat de Heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen in inhoud, oppervlakte, bouwjaar, staat van onderhoud en voorzieningen.
Belanghebbende voerde aan dat niet alle stukken voorafgaand aan het horen waren verstrekt en dat de waardering te hoog was vanwege de gedateerde staat van de woning, het schuine dak en een bod van €1.300.000 in 2017. Het Hof oordeelt dat aan de inzageverplichtingen is voldaan en dat de waardering adequaat is onderbouwd. Het bod is niet geaccepteerd en biedt onvoldoende grond voor verlaging.
Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak is op 4 mei 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €1.630.000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.