Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 3 februari 2026
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Resultaat uit overige werkzaamheden
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende heeft in hoger beroep betwist dat de Inspecteur terecht een resultaat uit overige werkzaamheden heeft vastgesteld in de navorderingsaanslag over 2018. Het geschil betreft of de werkzaamheden met betrekking tot de bestemmingswijziging en splitsing van een onroerende zaak normaal, actief vermogensbeheer te buiten gaan en of het gelijkheidsbeginsel is geschonden.
Het Hof overweegt dat belanghebbende vanaf de aankoop in september 2017 de intentie had om perceel 2 te verkopen om daarmee de koop te financieren, hetgeen ook redelijkerwijs te verwachten voordeel opleverde. De werkzaamheden, waaronder het indienen van een principeverzoek tot bestemmingswijziging, het laten opstellen van een ontwerpbestemmingsplan en het coördineren van derden, gaan naar hun aard en omvang het normale vermogensbeheer te buiten.
Het Hof bevestigt dat het resultaat uit overige werkzaamheden terecht is vastgesteld op € 158.836, gebaseerd op een waardestijging van perceel 2 tussen september 2017 en november 2018. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de ex-vriendin niet vergelijkbare werkzaamheden heeft verricht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de navorderingsaanslag en het resultaat uit overige werkzaamheden van € 158.836 als terecht vastgesteld.