Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 27 mei 2026
[X] te [Z] ( [buitenland] ), belanghebbende,
de Inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Hof: ‘Employment Outside the Bank Group’ en ‘Financial Interest and Disclosure’], that apply to you and members of your immediate family during your employment with the Bank and for two years after termination of your assignment.
Hof: ‘Employment Outside the Bank Group’].
€ 17.861 (2018). In zijn aangiften IB/PVV voor deze jaren heeft belanghebbende deze bedragen niet opgenomen of deze aangemerkt als vrijgestelde inkomensbestanddelen. Daartegenover heeft hij bedrijfslasten in aftrek gebracht (afschrijvingen vaste bedrijfsmiddelen, verkoopkosten, andere kosten). Ter zake van [eenmanszaak] heeft hij aldus in zijn aangiften IB/PVV in deze jaren de volgende winsten aangegeven: -/- € 22.888 (2016),
-/- € 29.137 (2017) en -/- € 7.074 (2018).
Oordeel van de Rechtbank
Hof: het besluit van de staatssecretaris van Financiën van 20 september 1999, Positie short term consultants bij de Wereldbank, nr. IFZ99/1044] is goedgekeurd dat short term consultants van de Wereldbank kunnen worden beschouwd als functionarissen van een gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties, die vrijstelling genieten van belasting op salarissen en emolumenten. Op basis van het Besluit zijn de door eiser genoten inkomsten van de Wereldbank aldus vrijgesteld als loon uit dienstbetrekking. Naar het oordeel van de rechtbank brengt dit mee dat de met die inkomsten gemoeide (in aftrek gebrachte) kosten niet voor aftrek in aanmerking komen.