ECLI:NL:GHDHA:2025:831
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting en toepassing handelaarsregeling
Belanghebbende, houder van een handelaarskenteken, kreeg vijf naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting opgelegd wegens gebruik van een auto uit de bedrijfsvoorraad zonder handelaarskentekenplaten. De auto was verkocht maar niet direct op naam van de koper gesteld.
De Rechtbank vernietigde de naheffingsaanslagen 4 en 5 wegens disproportionaliteit en gebrek aan misbruik, maar verklaarde de overige aanslagen terecht opgelegd. Zowel de Inspecteur als belanghebbende gingen in hoger beroep tegen delen van deze uitspraak.
Het Hof oordeelt dat de handelaarsregeling strikt moet worden toegepast en dat het opleggen van meerdere aanslagen voor afzonderlijke feiten geen schending van het ne bis in idem-beginsel vormt. Ook is geen ruimte voor belangenafweging bij naheffing, waardoor het evenredigheidsbeginsel niet is geschonden.
Het Hof bevestigt dat naheffing geen punitieve sanctie is en dat schuld of verwijtbaarheid niet relevant zijn. Het principaal hoger beroep wordt gegrond verklaard en het incidenteel ongegrond. De uitspraak van de Rechtbank wordt vernietigd behoudens de bevestiging van naheffingsaanslagen 2 en 3.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslagen 2 en 3 en vernietigt de uitspraak van de Rechtbank voor naheffingsaanslagen 4 en 5.