Belanghebbende exploiteert een kinderdagverblijf en stelde werknemers auto’s ter beschikking, waarvan het privégebruik werd betwist. De inspecteur legde naheffingsaanslagen en vergrijpboeten op wegens vermeend privégebruik van de auto’s in 2015 en 2016. De rechtbank vernietigde de vergrijpboeten wegens onvoldoende bewijs van grove schuld, maar handhaafde de naheffingsaanslagen.
In hoger beroep stond centraal of de auto’s aan werknemers, met name mevrouw A, ter beschikking stonden in fiscale zin en of het privégebruik minder dan 500 kilometer per jaar bedroeg. Het hof oordeelde dat de auto’s wel degelijk ter beschikking stonden omdat mevrouw A feitelijk de beschikkingsmacht had, ondanks het verbod op privégebruik in arbeidsovereenkomsten en autoverklaringen.
Belanghebbende slaagde er niet in overtuigend aan te tonen dat het privégebruik onder 500 kilometer bleef, mede omdat geen sluitende rittenregistratie werd bijgehouden. De vergrijpboeten werden echter vernietigd omdat de inspecteur niet overtuigend had aangetoond dat sprake was van grove schuld. Het hof veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.