ECLI:NL:GHDHA:2025:129
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- H.A.J. Kroon
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- A.P. Bliek-Monsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na hoger beroep tegen belastingaanslag
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op € 430.000 door de Heffingsambtenaar, en tegen de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting. Na afwijzing van het bezwaar door de Heffingsambtenaar en ongegrondverklaring van het beroep door de Rechtbank Rotterdam, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag.
Het Hof beoordeelde de gebruikte waarderingsmethodiek, waarbij de Heffingsambtenaar een waardematrix en vergelijkingsobjecten gebruikte die qua type, bouwjaar en ligging goed vergelijkbaar waren met de woning van belanghebbende. De correcties voor voorzieningen, onderhoud en ligging werden als voldoende onderbouwd beoordeeld. Belanghebbende stelde dat de waarde van de restgrond te hoog was en dat de Heffingsambtenaar niet alle relevante stukken had overgelegd, maar deze bezwaren werden verworpen.
Het Hof concludeerde dat de Heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. Het taxatierapport van belanghebbende overtuigde niet vanwege onduidelijkheden in de waarderingsgrondslagen. Het verzoek tot overlegging van aanvullende stukken werd afgewezen omdat deze niet tot de op de zaak betrekking hebbende stukken behoorden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van € 430.000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.