ECLI:NL:GHDHA:2024:738
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag bpm en proceskostenvergoeding
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag bpm opgelegd voor een gebruikte Mercedes-Benz GLE-klasse Coupé 43 AMG 4Matic, waarbij de Inspecteur de handelsinkoopwaarde hoger stelde dan belanghebbende. De Rechtbank stelde de handelsinkoopwaarde vast op basis van een taxatierapport van Domeinen Roerende Zaken (DRZ) en oordeelde dat de bpm berekend moet worden op basis van de CO2-uitstoot van de auto zelf, niet van referentievoertuigen.
De Inspecteur stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de Rechtbank, terwijl belanghebbende incidenteel hoger beroep instelde tegen de proceskostenvergoeding. Het Hof bevestigde dat de historische nieuwprijs correct is vastgesteld en verwierp het standpunt van de Inspecteur dat de handelsinkoopwaarde hoger moet zijn, omdat deze niet aannemelijk maakte dat een hogere CO2-uitstoot leidt tot een hogere handelsinkoopwaarde.
Verder oordeelde het Hof dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde voor een waardecorrectie wegens schade. De proceskostenvergoeding werd door het Hof gecorrigeerd naar de juiste waarde per punt conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het hoger beroep van de Inspecteur werd ongegrond verklaard, het incidentele hoger beroep van belanghebbende gegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en het incidentele hoger beroep van belanghebbende gegrond verklaard met correctie van de proceskostenvergoeding.