Belanghebbende, sinds 1983 in dienst bij het Europese Octrooibureau (EOB) in Rijswijk, ontving een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2009. Het salaris uit zijn dienstbetrekking was vrijgesteld op grond van de Zetelovereenkomst en het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten van het EOB. Het geschil betrof de vraag of de Zetelovereenkomst in strijd was met het Protocol en of de belastingheffing over het inkomen uit sparen en beleggen tot een ongeoorloofde ongelijke behandeling leidde tussen Nederlandse medewerkers en buitenlandse medewerkers die duurzaam in Nederland verblijven.
Het Hof oordeelde dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken bepaalt wie duurzaam in Nederland verblijft en dat de regeling in de Zetelovereenkomst niet in strijd is met het Protocol. De Hoge Raad bevestigt dat de onderscheidende behandeling tussen Nederlandse medewerkers en buitenlandse medewerkers die duurzaam in Nederland verblijven, gebaseerd op internationale praktijk en het beleid van het Ministerie, niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt daarmee de uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden. Er is geen sprake van ongelijke behandeling van gelijke gevallen en de belastingheffing is rechtmatig.