Belanghebbende parkeerde haar auto op 9 november 2021 op een locatie in Dordrecht waar betaald parkeren geldt met een maximale parkeerduur van 40 minuten. De gemeente Dordrecht legde een naheffingsaanslag op van € 66,80, berekend over een parkeerduur van één uur. Belanghebbende stelde dat de naheffing slechts over 40 minuten had mogen plaatsvinden, conform de lokale verordening en de maximale parkeerduur.
De Rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, stellende dat op grond van artikel 234, lid 3, van de Gemeentewet forfaitair kan worden nageheven over een uur tenzij aannemelijk is dat langer dan een uur zonder betaling is geparkeerd. De Rechtbank vond dat de forfaitaire naheffing van een uur terecht was.
In hoger beroep oordeelt het Gerechtshof dat uit de verordening, het aanwijzingsbesluit, de aanwezige bebording, de parkeerapplicatie en het parkeerapparaat blijkt dat op de locatie een maximale parkeerduur van 40 minuten geldt. Dit betekent dat de naheffing beperkt moet blijven tot de eerste 40 minuten. De naheffingsaanslag wordt daarom verminderd tot € 66,30. Tevens wordt de gemeente Dordrecht veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan belanghebbende.