ECLI:NL:GHDHA:2023:2315
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- P.J.J. Vonk
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- I. Reijngoud
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na hoger beroep tegen te hoge waardering
Belanghebbende, gebruiker van een appartement gebouwd in 2003, stelde dat de WOZ-waarde van €188.000 te hoog was en vorderde een waardering van €169.000. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op basis van een waardematrix met drie vergelijkbare appartementen in dezelfde buurt, waarbij rekening was gehouden met kwaliteit en onderhoudstoestand.
De Rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep bevestigde het Gerechtshof deze uitspraak. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast had voldaan door aannemelijk te maken dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De vergelijkingsobjecten waren voldoende vergelijkbaar en er was een redelijke correctie toegepast voor de matige kwaliteit van de woning.
Belanghebbende had onvoldoende onderbouwing geleverd voor een lagere waardering, zoals een taxatierapport of bewijs van noodzakelijke investeringen. Ook de overige bezwaren, zoals locatieverschillen en indexering van verkoopprijzen, werden door het hof verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €188.000 wordt bevestigd.