ECLI:NL:GHDHA:2023:2220
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde en aanslag watersysteemheffing voor locatie geldautomaat
Belanghebbende, eigenaar van een onroerende zaak geschikt voor een geldautomaat, maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van € 26.000 en de daarop gebaseerde aanslag watersysteemheffing. De Heffingsambtenaar stelde de waarde vast op basis van de huurwaardekapitalisatiemethode en onderbouwde dit met marktgegevens en kapitalisatiefactoren. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
Het Hof oordeelde dat de Heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, ondanks dat de door hem gebruikte referentieobjecten niet volledig vergelijkbaar waren. Belanghebbende had onvoldoende feiten aangevoerd om te bewijzen dat er op de waardepeildatum geen geldautomaat aanwezig was of dat er geen huur werd ontvangen. Ook de aanslag watersysteemheffing werd als terecht beoordeeld, omdat deze conform de Waterschapswet en de toepasselijke verordening was opgelegd.
Ten aanzien van het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn stelde het Hof vast dat de overschrijding deels te wijten was aan het procesgedrag van de gemachtigde van belanghebbende. Bovendien zou een eventuele vergoeding niet ten goede komen aan belanghebbende zelf, maar aan diens gemachtigde. Daarom werd het verzoek afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De WOZ-waarde en de aanslag watersysteemheffing worden bevestigd; het verzoek om vergoeding van immateriële schade wordt afgewezen.