ECLI:NL:GHDHA:2023:2063
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde hotel en afwijzing vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende, gebruiker van een hotel met 30 kamers en een restaurant, betwistte de door de Heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van €1.192.000 per 1 januari 2019. De Heffingsambtenaar baseerde de waardering op de huurwaardekapitalisatiemethode volgens de Taxatiewijzer Hotels 2019. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
Het Hof oordeelde dat de Heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De gebruikte waarderingsmethode en onderliggende gegevens waren voldoende inzichtelijk en controleerbaar. De door belanghebbende aangevoerde factoren zoals bodemdaling, palenpest, windmolens en coronacrisis konden de waarde niet naar beneden bijstellen, mede omdat de waardepeildatum vóór de coronapandemie lag.
Daarnaast verzocht belanghebbende om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn voor bezwaar- en beroepsfase. Hoewel de redelijke termijn met circa drie maanden werd overschreden, achtte het Hof de coronacrisis geen bijzondere omstandigheid die verlenging rechtvaardigt. Het verzoek om vergoeding werd afgewezen omdat de volmachtregeling zou leiden tot een vergoeding aan de gemachtigde, niet aan belanghebbende zelf.
Het Hof zag geen aanleiding voor proceskostenvergoeding en bevestigde de uitspraak van de Rechtbank. De zaak werd op 17 oktober 2023 in het openbaar uitgesproken door drie raadsheren.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €1.192.000 en wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade af.