Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding met grieven van 14 februari 2022 waarmee [appellante] in hoger beroep is gekomen van de tussen partijen gewezen mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag van 2 december 2021, vastgelegd in het proces-verbaal van dezelfde datum;
- het arrest van dit hof van 19 april 2022 waarin een mondelinge behandeling is gelast;
- de akte overlegging producties van [appellante] van 6 april 2022, met producties 1 en 2;
- de akte overlegging producties van [appellante] van 22 april 2022, met productie 3;
- de akte overlegging producties van de gemeente van 13 juni 2022, met producties 1 tot en met 3;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 29 juni 2022;
- de memorie van antwoord van de gemeente.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
7.Beslissing
- bekrachtigt de tussen partijen gewezen mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag van 2 maart 2021;
- veroordeelt [appellante] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van de gemeente tot vandaag vastgesteld op € 783,- aan griffierecht en € 2366,- aan salaris voor de advocaat en na vandaag begroot op € 173,- aan nakosten, te vermeerderen met € 90,- indien [appellante] veertien dagen na aanschrijving niet in der minne aan deze veroordeling heeft voldaan en de gemeente dit arrest heeft moeten betekenen, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf veertien dagen na vandaag, respectievelijk, wat de € 90,- betreft, na de dag van betekening;
- verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.