Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
zetelende te Landgraaf,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
18 september 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen [eiser] c.s. en de Gemeente Landgraaf over de eigendom van drie stroken grond grenzend aan een perceel van [eiser] c.s. De eisers beriepen zich op extinctieve verjaring van de revindicatie door de Gemeente, met name voor de grootste strook grond. De rechtbank oordeelde dat de rechtsvordering van de Gemeente tot revindicatie was verjaard en veroordeelde de Gemeente tot medewerking aan levering.
Het hof vernietigde dit vonnis en veroordeelde [eiser] c.s. tot ontruiming van de grootste strook, stellende dat er onvoldoende aanwijzingen waren dat zij de feitelijke macht over die strook met de pretentie van eigendom hadden uitgeoefend. Het hof vond dat het plaatsen van een nummerbord en aanleg van een pad onvoldoende waren en dat het optisch geheel met het perceel geen bezit aantoonde.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof een onjuiste maatstaf had gehanteerd door de feitelijke machtsuitoefening te vergelijken met die van een huurder zonder objectieve aanwijzingen daarvoor. Ook was het oordeel over de stootrand als afscheiding onbegrijpelijk. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling. De Gemeente werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling.