ECLI:NL:GHDHA:2022:509
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van rechtbankuitspraak over proceskostenvergoeding parkeerbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd die bij bezwaar werd vernietigd. De heffingsambtenaar kende een proceskostenvergoeding toe met een wegingsfactor van 0,5 voor twee proceshandelingen. Belanghebbende stelde beroep in tegen de hoogte van deze vergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de wegingsfactor van 0,5 passend was gezien de lichte aard van de zaak en dat er geen reden was om meer dan één punt toe te kennen voor de hoorzittingen, omdat het tweede hoorgesprek een voortzetting betrof. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
Het hof bevestigde de rechtbankuitspraak en overwoog dat de zaak juridisch en feitelijk eenvoudig was, waarbij de bewijslast centraal stond. Het hof vond dat de heffingsambtenaar voldoende had gemotiveerd waarom de wegingsfactor 0,5 werd toegepast en dat er geen sprake was van twee afzonderlijke hoorzittingen. Het verzoek om wettelijke rente werd niet behandeld vanwege het afwijzen van het hoger beroep.
De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2022 en partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot cassatie binnen zes weken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.