ECLI:NL:HR:2011:BT2293
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wegingsfactor bij vergoeding proceskosten bestuursrechtelijke bezwaarprocedure
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2004 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar door de Inspecteur werd vernietigd. Tevens werd een vergoeding van kosten voor rechtsbijstand toegekend op basis van een wegingsfactor van 0,25, hetgeen de Rechtbank te Haarlem verhoogde omdat zij vond dat de zaak zwaarder woog. Het Hof vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het oordeelde dat de wegingsfactor door de rechter zelfstandig moet worden vastgesteld op basis van aard, belang en ingewikkeldheid van de zaak.
In cassatie stelde belanghebbende dat de Rechtbank de juiste maatstaf hanteerde en het Hof ten onrechte niet volgde. De Hoge Raad overwoog dat de wegingsfactor niet gebonden is aan stelplicht- of bewijslastregels en dat de rechter een eigen waardering moet maken. Dit betekent dat de Rechtbank onjuist had geoordeeld dat bij gebrek aan onderbouwing de zaak gemiddeld moest worden ingedeeld.
De Hoge Raad bevestigde dat de beoordeling van het gewicht van de zaak feitelijk van aard is en slechts beperkt in cassatie toetsbaar is. De overige klachten werden verworpen zonder nadere motivering. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken en het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Hof blijft in stand.