Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
4.Beslissing
dinsdag 23 februari 2021voor akte aan de zijde van [werknemer] en bepaalt dat [werkgever] daarop bij akte zal kunnen reageren;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele zaak staat de duur van de arbeidsovereenkomst en het recht op loon bij ziekte centraal. Werknemer trad op 2 januari 2018 in dienst voor zes maanden, verlengd met twaalf maanden tot 30 juni 2019. Het hof stelt vast dat de arbeidsovereenkomst stilzwijgend is verlengd tot 30 juni 2020. Werknemer meldde zich ziek op 21 oktober 2019 en bleef doorwerken tot die datum.
De kantonrechter vernietigde de opzegging per 31 december 2019 en veroordeelde werkgever tot loonbetaling en wedertewerkstelling. Werkgever ging in hoger beroep tegen deze beslissing, maar het hof oordeelt dat werkgever onvoldoende heeft betwist dat de arbeidsovereenkomst tot 30 juni 2020 liep.
Ten aanzien van loonbetaling bij ziekte oordeelt het hof dat werknemer recht heeft op loon tot 1 februari 2020, gelet op medische rapportages die arbeidsongeschiktheid bevestigen. Voor de periode daarna ontbreekt voldoende onderbouwing, waardoor het hof de zaak aanhoudt en partijen in overweging geeft om in overleg tot een oplossing te komen.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst stilzwijgend verlengd tot 30 juni 2020; loon bij ziekte toegekend tot 1 februari 2020; verdere beoordeling aangehouden.