Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
1.Het verloop van het geding
- Primair heeft [verweerder] de rechtbank verzocht Iv-Consult te veroordelen tot betaling van de overeengekomen ontslagvergoeding groot € 260.547,84. Daarnaast heeft [verweerder] verzocht Iv-Consult te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding van ruim € 1 miljoen en een vergoeding van € 30.000,- voor kosten rechtsbijstand.
- Subsidiair, voor de kantonrrechter van oordeel is dat de arbeidsovereenkomst in stand is gebleven ondanks het ontslagbesluit van 26 november 2018, heeft [verweerder] verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. Ook in dat geval verzoekt hij Iv-Consult te veroordelen tot betaling van de overeengekomen ontslagvergoeding, de billijke vergoeding van ruim € 1 miljoen en een vergoeding van € 30.000,- voor kosten rechtsbijstand.
- voor recht te verklaren dat met het ontslagbesluit tevens de arbeidsrechtelijke band is beëindigd;
- Iv-Consult te veroordelen tot betaling van de contractueel overeengekomen vergoeding van € 260.547,84 bruto;
- Iv-Consult te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding van (afgerond) € 826.000,- bruto.
3.Beoordeling
- In een e-mail van 4 juli 2017 heeft [de algemeen directeur] aan [verweerder] medegedeeld dat hij en [naam 1] [verweerder] verantwoordelijk houden voor de slechte bedrijfseconomische situatie waarin Iv-Consult zich bevindt en dat zij [verweerder] niet de juiste persoon vinden om Iv-Consult te leiden in het noodzakelijke transformatieproces. De rechtbank is van oordeel dat het niet goed valt te begrijpen waarom [de algemeen directeur] , wetende dat [verweerder] klachten van psychische aard had en zich derhalve in een kwetsbare positie bevond, zich op dat moment op die wijze heeft geuit over de inhoud van de functie en de geschiktheid van [verweerder] voor zijn functie. Hoewel in die e-mail niet expliciet is uitgesproken dat Iv-Consult het vertrouwen in [verweerder] had opgezegd, neemt dat niet weg dat [verweerder] begrijpelijkerwijs dit wel als zodanig heeft opgevat. Het ligt voor de hand dat de mededelingen van [de algemeen directeur] het herstel van [verweerder] nadelig hebben beïnvloed (rov. 4.10, eerste gedachtestreepje).
- In maart 2018 heeft het UWV geoordeeld dat Iv-Consult onvoldoende inspanningen heeft verricht ten behoeve van de re-integratie van [verweerder] . De rechtbank begrijpt uit de stukken dat partijen in onderling overleg waren overeengekomen dat [verweerder] , ondanks dat hij volgens de bedrijfsarts gedeeltelijk inzetbaar was, geen werkzaamheden zou verrichten teneinde zich volledig te kunnen richten op herstel. Het is echter aan de werkgever om een werknemer handvatten te bieden om te werken aan herstel. Er heeft in dit geval alleen een belastbaarheidsonderzoek door Ergatis plaatsgevonden, dat veel tijd heeft gekost en waarvan de resultaten onbruikbaar waren (rov. 4.10, tweede gedachtestreepje).
- Iv-Groep heeft [verweerder] niet in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over het voorgenomen ontslag als bestuurder. [verweerder] is evenmin direct na het besluit (van 26 november 2018) door Iv-Consult op de hoogte gesteld van het ontslag. Hij kwam er naar aanleiding van een brief van 28 november 2018 van de Kamer van Koophandel achter, dat er iets was voorgevallen. Daarna heeft [de algemeen directeur] hem aanvankelijk verteld dat het slechts ging om uitschrijving uit het handelsregister maar niet om ontslag als statutair bestuurder, hetgeen onjuist was. Ondanks verzoeken daartoe van [verweerder] , heeft Iv-Consult het ontslagbesluit niet aan [verweerder] toegestuurd. Pas op 19 februari 2019 heeft [verweerder] het besluit onder ogen gekregen (rov. 4.10, derde gedachtestreepje).