ECLI:NL:GHDHA:2021:1035
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslagen parkeerbelasting gemeente Rijswijk na afwijzing hoger beroep
Belanghebbende kreeg drie naheffingsaanslagen opgelegd voor het niet betalen van parkeerbelasting op specifieke data en locaties in de gemeente Rijswijk. Na bezwaar en beroep bij de Rechtbank, waarbij de bezwaren eerst niet-ontvankelijk werden verklaard maar later ongegrond, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof.
Het geschil betrof onder meer de vraag of de Rechtbank het recht op verdediging had geschonden door de zitting door te zetten zonder aanwezigheid van belanghebbende en zijn gemachtigde, of de Heffingsambtenaar ten onrechte geen gehoor had gegeven, en of de naheffingsaanslagen terecht waren opgelegd.
Het Hof oordeelde dat de uitnodiging voor de zitting tijdig en op juiste wijze was verzonden en dat het verzoek om uitstel te laat en zonder gewichtige redenen was gedaan. Het recht op hoor en wederhoor was daardoor niet geschonden. Ook was geen sprake van schending van de hoorplicht door de Heffingsambtenaar, omdat belanghebbende niet om een hoorzitting had verzocht.
Verder stelde het Hof vast dat de parkeerbelasting voldoende kenbaar was gemaakt via borden en parkeerautomaten in de nabijheid van de parkeerlocatie. Belanghebbende had bovendien een onderzoeksplicht en was bekend met het betaald parkeren. De naheffingsaanslagen waren daarom terecht opgelegd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen parkeerbelasting worden bevestigd.