ECLI:NL:GHDHA:2020:2829
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- J.T. Sanders
- U.E. Tromp
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen dwangsom en proceskostenvergoeding bij WOZ-aanslag gemeente Rotterdam
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van een onroerende zaak en stelde beroep in wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar. De Rechtbank Rotterdam kende een dwangsom toe en veroordeelde de Heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten. In hoger beroep betwistte de Heffingsambtenaar deze beslissingen.
Het Hof oordeelde dat het bezwaar van belanghebbende feitelijk pro forma was en niet gericht op de materiële geschilpunten, maar vooral op proceskosten en immateriële schadevergoeding. De ingebrekestelling was niet rechtsgeldig omdat niet was bewezen dat deze door een daartoe bevoegde was ingediend. De machtigingen en volmachten waren onvoldoende om de ondertekenaar van de ingebrekestelling te legitimeren.
Het Hof vernietigde het vonnis van de Rechtbank en bevestigde de besluiten van de Heffingsambtenaar, waarbij geen dwangsom werd toegewezen en geen proceskostenvergoeding werd toegekend. Het Hof wees op het misbruik van procesrecht door belanghebbende en haar gemachtigde door het creëren van onduidelijkheden om proceskostenveroordelingen te verkrijgen.
Uitkomst: Het Hof vernietigt het vonnis van de Rechtbank, bevestigt het besluit van de Heffingsambtenaar en wijst het hoger beroep en het incidentele hoger beroep af zonder toekenning van dwangsom of proceskostenvergoeding.