ECLI:NL:GHDHA:2020:2784
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- W.M.G. Visser
- J.T. Sanders
- U.E. Tromp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslagen en vergrijpboeten wegens niet opgegeven inkomsten uit criminele activiteiten
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen en vergrijpboeten opgelegd over de jaren 2014 tot en met 2016 vanwege niet opgegeven inkomsten uit illegale cocaïnetransporten en witwaspraktijken. De Inspecteur baseerde zich op een strafrechtelijk dossier met contante stortingen, bankmutaties en huiszoekingen.
De rechtbank oordeelde dat de Inspecteur gerechtigd was tot navordering op grond van nieuwe feiten uit het strafdossier en dat de bewijslast omgekeerd moest worden omdat belanghebbende niet de vereiste aangiften had gedaan. De rechtbank achtte de vergrijpboeten terecht opgelegd wegens (voorwaardelijke) opzet.
In hoger beroep heeft het Hof de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het Hof vond de verklaringen van belanghebbende ongeloofwaardig en oordeelde dat de Inspecteur aannemelijk had gemaakt dat de navorderingsaanslagen terecht en niet te hoog waren vastgesteld. De vergrijpboeten werden passend en geboden geacht gezien de aard van het vergrijp en de normhandhaving.
Het Hof wees een proceskostenveroordeling af en bevestigde de navorderingsaanslagen, met een correctie voor een dubbele waardering van goudbaren in 2016. De uitspraak werd op 12 november 2020 in het openbaar gedaan door het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de navorderingsaanslagen en vergrijpboeten, met een correctie voor dubbele waardering in 2016, en verklaart het hoger beroep ongegrond.