ECLI:NL:GHDHA:2020:1648
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging oordeel rechtsgeldigheid ontslag bestuurder Stichting De Drie Geuzen
De appellant was statutair bestuurder van Stichting De Drie Geuzen en werd op 25 april 2017 op staande voet ontslagen wegens het rijden onder invloed tijdens zijn werkzaamheden. De rechtbank stelde in een beschikking vast dat het ontslag rechtsgeldig was en dat appellant sinds die datum geen bestuurder meer was. Deze beschikking ging in kracht van gewijsde omdat er geen hoger beroep tegen werd ingesteld.
Appellant stelde in eerste aanleg dat het ontslag niet rechtsgeldig was en dat de rechtbank ten onrechte het gezag van gewijsde aan de beschikking had toegekend. Hij voerde onder meer aan dat de verzoekschriftprocedure een voorwaardelijk karakter had en dat het gezag van gewijsde niet kon gelden voor het oordeel over de rechtsgeldigheid van het ontslag.
Het hof oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de beschikking in kracht van gewijsde was gegaan en dat het oordeel over de rechtsgeldigheid van het ontslag en de daarbij behorende overwegingen beslissingen zijn die de rechtsbetrekking in geschil betreffen. Het was aan appellant geweest om tegen die beschikking hoger beroep in te stellen. Het hof verwierp de grieven van appellant en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank.
Daarnaast oordeelde het hof dat ook Stichting De Drie Geuzen als materiële procespartij een beroep op het gezag van gewijsde toekomt, omdat het ontslag van appellant ook de samenstelling van het bestuur van de stichting raakt. Appellant werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het ontslag van appellant als bestuurder rechtsgeldig is en veroordeelt hem in de proceskosten.