ECLI:NL:GHDHA:2019:1900
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor in civiele procedure over arbeidsongeschiktheid
Appellant was sinds 1991 in dienst bij geïntimeerde als meubelmaker en is in 2006 definitief uitgevallen wegens klachten aan de rechterarm/elleboog. Na beëindiging van het dienstverband in 2008 stelt appellant geïntimeerde aansprakelijk voor zijn medische klachten en de daaruit voortvloeiende schade.
Appellant verzoekt om een voorlopig getuigenverhoor om duidelijkheid te verkrijgen over de werkzaamheden, arbeidsomstandigheden en blootstelling aan risicofactoren. De kantonrechter wees dit verzoek af wegens onvoldoende concrete feitelijke onderbouwing.
In hoger beroep stelt appellant zijn verzoek nader gemotiveerd en geïntimeerde voert geen verweer. Het hof oordeelt dat het verzoek voldoet aan de wettelijke eisen en dat het belang van appellant bij het getuigenverhoor is gegeven. Het hof vernietigt de bestreden beschikking en wijst het verzoek toe.
Het hof verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor het houden van het voorlopig getuigenverhoor door een rechter-commissaris. De proceskosten worden verdeeld zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor toe en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor het verhoor van getuigen.