ECLI:NL:GHDHA:2018:3426
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- A.N. Labohm
- A.H.N. Stollenwerck
- P.B. Kamminga
- Rechtspraak.nl
Schorsing uitvoerbaarverklaring bij voorraad verkoop gemeenschappelijke woning wegens juridische misslag
Partijen hadden een affectieve relatie en woonden samen in een gemeenschappelijke woning die zij gezamenlijk bezaten en financierden met een hypothecaire lening. Na het vertrek van de man uit de woning in 2015, werd afgesproken dat de vrouw zou onderzoeken of zij het aandeel van de man kon overnemen.
De voorzieningenrechter veroordeelde de vrouw om onvoorwaardelijk mee te werken aan de verkoop van de woning, waarbij het vonnis uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard. De vrouw stelde dat dit vonnis berustte op een feitelijke en juridische misslag en verzocht om schorsing van de uitvoerbaarverklaring.
Het hof oordeelde dat de beslissing van de voorzieningenrechter om onvoorwaardelijke medewerking aan verkoop te gelasten een verdelingshandeling is die niet in kort geding kan worden afgedwongen, omdat de verdeling van gemeenschappelijk eigendom een bodemprocedure vereist. Daarom werd de schorsing van de uitvoerbaarverklaring toegewezen.
De zaak werd verwezen naar de rol voor verdere behandeling in de hoofdzaak. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 13 november 2018.
Uitkomst: Het hof wijst de schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad toe vanwege een juridische misslag in het bestreden vonnis.