ECLI:NL:GHDHA:2018:1516

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
20 juni 2018
Publicatiedatum
20 juni 2018
Zaaknummer
200.236.805/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 217 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot voeging in intellectuele eigendomsgeschil tussen Boston Scientific en Pfizer

In deze civiele zaak diende Boston Scientific een incidentele vordering tot voeging in bij het gerechtshof Den Haag, in een hoger beroep tussen Ono c.s. en Pfizer over een octrooizaak. Boston Scientific wilde zich voegen aan de zijde van Ono c.s. om nadelige gevolgen van de procedure te voorkomen, aangezien zij een soortgelijke zaak tegen Edwards Lifesciences Corporation voert.

Het hof oordeelde dat Boston Scientific geen voldoende belang had bij voeging zoals bedoeld in artikel 217 Rv Pro. De zaak betrof andere partijen, andere octrooiaanvragen en technische gebieden, waardoor de precedentwerking onvoldoende was om voeging toe te staan. Ook het streven naar snelle duidelijkheid over de rechtspositie werd niet als voldoende belang erkend.

Daarom werd de vordering tot voeging afgewezen en Boston Scientific veroordeeld in de proceskosten van Pfizer en Ono c.s. De zaak werd verwezen naar de rol voor verdere behandeling van het incidenteel appel door Ono c.s. Het arrest werd uitgesproken op 20 juni 2018 door het hof Den Haag.

Uitkomst: De vordering van Boston Scientific tot voeging wordt afgewezen wegens gebrek aan voldoende belang.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht
zaaknummer : 200.236.805/01 (spoedappel)
zaak-/rolnummer rechtbank : C/09/545302/KG ZA 17-1636

Arrest van 20 juni 2018

in het incident tot voeging ex art. 217 Rv Pro opgeworpen door
de vennootschap naar vreemd recht
BOSTON SCIENTIFIC SCIMED INC.,
gevestigd te Maple Grove, Minnesota, Verenigde Staten van Amerika,
hierna te noemen: Boston Scientific,
eiseres in het incident tot voeging,
advocaat: mr. R.E. Ebbink te Amsterdam,
in de zaak van
1. de vennootschap naar vreemd recht
ONO PHARMACEUTICAL CO. LIMITED,
gevestigd te Osaka, Japan,
hierna te noemen: Ono,
2.
[appellant sub 2] ,
wonende te Kyoto, Japan,
hierna te noemen: [appellant sub 2] ,
appellanten,
verweerders in het incident tot voeging,
hierna gezamenlijk te noemen: Ono c.s.,
advocaat: mr. J.D. Drok te Amsterdam,
tegen

PFIZER INC.,

gevestigd te New York, Verenigde Staten van Amerika,
hierna te noemen: Pfizer,
geïntimeerde,
verweerster in het incident tot voeging,
advocaat: mr. J.A. Dullaert te Naaldwijk.

Het verloop van het geding

1. Bij exploot van 27 maart 2018 is Ono c.s. in hoger beroep gekomen (spoedappel) van het vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag, afdeling civiel recht, van 27 februari 2018 (ECLI:NL:RBDHA:2018:2284), gewezen tussen Ono c.s. als eiseres en Pfizer als gedaagde. Bij dat exploot heeft Ono c.s, onder overlegging van een productie, vijf grieven tegen genoemd vonnis aangevoerd.
2. Bij memorie van antwoord heeft Pfizer deze grieven bestreden en heeft zij tevens (deels voorwaardelijk
)incidenteel appel ingesteld onder aanvoering van drie grieven.
3. Bij incidentele memorie houdende vordering tot voeging (met producties) heeft Boston Scientific op grond van art. 217 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) toelating als gevoegde partij aan de zijde van Ono c.s. gevorderd, met veroordeling van Pfizer in de kosten van het incident.
4. Bij conclusie van antwoord in het incident tot voeging heeft Ono c.s. laten weten geen bezwaar te hebben tegen toewijzing van de vordering van Boston Scientific tot voeging, kosten rechtens.
5. Pfizer heeft bij conclusie van antwoord in het incident tot voeging geconcludeerd tot afwijzing van de vordering van Boston Scientific tot voeging, met veroordeling van Boston Scientific in de kosten aan de zijde van Pfizer in het incident.
6. Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd en is arrest in het incident gevraagd.

Beoordeling van het incident tot voeging

7. Ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, kan ingevolge art. 217 Rv Pro vorderen zich daarin te mogen voegen. Voor het aannemen van een zodanig belang is voldoende dat de partij die voeging vordert, nadelige gevolgen kan ondervinden van een uitkomst van de procedure die ongunstig is voor de partij aan wier zijde zij zich voegt. Onder nadelige gevolgen zijn in dit verband te verstaan de feitelijke of juridische gevolgen die de toe- dan wel afwijzing van de in die procedure ingestelde vordering of het gezag van gewijsde van in de uitspraak in die procedure gegeven eindbeslissingen zal kunnen hebben voor degene die de voeging vordert. [1]
8. Ter onderbouwing van haar belang bij voeging stelt Boston Scientific dat zij op 23 februari 2017 [2] de Amerikaanse onderneming Edwards Lifesciences Corporation (hierna: Edwards) in kort geding heeft gedagvaard voor de voorzieningenrechter te Den Haag. Die zaak vertoont grote gelijkenissen met de onderhavige zaak: de vorderingen in beide zaken kennen grote overeenstemming, en in beide zaken ligt dezelfde bevoegdheidsvraag voor over art. 6 sub e en Pro art. 13 Rv Pro. In beide zaken heeft de voorzieningenrechter zich internationaal onbevoegd verklaard, aldus Boston Scientific. [3]
9. Het hof merkt hierbij op dat het in de zaak
Boston Scientific/Edwardsgaat om andere partijen en andere octrooiaanvragen op andere technische gebieden – Boston Scientific heeft ook niet anders gesteld. In de zaak
Boston Scientific/Edwardsgaat het om Boston Scientific’s octrooiaanvrage EP 2 985 006, getiteld ‘
Repositionable heart valve’; in de onderhavige zaak
Ono/Pfizergaat het om de octrooiaanvrage van Ono c.s. EP 2 206 517, getiteld ‘
Immunopetentiating compositions comprosing anti-PD-L1 antibodies’.
10. Boston Scientific stelt dat haar belang bij voeging is (i) te voorkomen dat een voor Ono c.s. negatieve uitkomst van het onderhavige hoger beroep over de bevoegdheidsvraag haar weerslag heeft op het (spoed)appel van Boston Scientific in de zaak
Boston Scientific/Edwards,waardoor de rechtspositie van Boston Scientific wordt aangetast; (ii) zo snel mogelijk duidelijkheid te krijgen over haar rechtspositie, die voortdurend door Edwards wordt aangetast. [4]
11. Pfizer betwist dat Boston Scientific een belang bij voeging heeft.
12. Naar het oordeel van het hof heeft Boston Scientific geen voldoende belang bij voeging als bedoeld in art. 217 Rv Pro.
Gesteld belang (i) komt er op neer dat Boston Scientific een negatief precedent wil voorkomen. In mogelijke precedentwerking is echter niet een voldoende belang voor voeging gelegen, ook niet indien sprake is van sterk op elkaar gelijkende vorderingen of feitencomplexen tussen deels dezelfde partijen. [5]
Gesteld belang (ii) vormt evenmin voldoende belang bij voeging. Duidelijkheid over haar rechtspositie vis-à-vis Edwards kan Boston Scientific op korte termijn krijgen in het door haar aangekondigde spoedappel in haar zaak tegen Edwards.
Hetgeen Boston Scientific in paragraaf 49 van haar incidentele memorie aanvoert, doet aan het voorgaande niet af.
Slotsom
13. Boston Scientific’s vordering tot voeging zal worden afgewezen. Boston Scientific zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van Pfizer in dit incident. De proceskosten in het incident tot voeging zullen worden begroot aan de hand van het liquidatietarief (1 punt, tarief II). De proceskostenveroordeling zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, zoals door Pfizer gevorderd. Ook Ono c.s. heeft een kostenveroordeling gevorderd (‘kosten rechtens’), die eveneens op basis van het liquidatietarief zal worden toegewezen.
14. De hoofdzaak zal naar de rol van 26 juni 2018 worden verwezen voor het nemen van een memorie van antwoord in het incidenteel appel door Ono c.s.

Beslissing

Het hof:
in het incident tot voeging
  • wijst de incidentele vordering van Boston Scientific tot voeging af;
  • veroordeelt Boston Scientific in de kosten van het incident;
  • begroot deze kosten tot deze uitspraak aan de zijde van Pfizer op € 1.074,- aan salaris advocaat;
  • begroot deze kosten tot deze uitspraak aan de zijde van Ono c.s. op € 1.074,- aan salaris advocaat;
  • verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling jegens Pfizer uitvoerbaar bij voorraad,
in de hoofdzaak
  • verwijst de zaak naar de rol van 26 juni 2018 voor het nemen van een memorie van antwoord in het incidenteel appel door Ono c.s.;
  • houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.J. Schaafsma, M.Y. Bonneur en C.J.J.C. van Nispen en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 juni 2018 in aanwezigheid van de griffier.

Voetnoten

1.HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:306,
2.Bedoeld zal zijn 23 februari 2018.
3.Vzr. Rb. Den Haag 15 mei 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:5809 (Boston Scientific/Edwards), een kopie waarvan de advocaat van Boston Scientific bij brief van 18 mei 2018 aan het hof zond.
4.Par. 48 incidentele memorie.
5.HR 12 juni 2016, ECLI:NL:HR:2015:1602,