ECLI:NL:GHDHA:2017:4260
Gerechtshof Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing voorlopige hechtenis ondanks voorwaardelijke invrijheidstelling
De verdachte is bij arrest veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar en zes maanden en heeft hiertegen cassatieberoep ingesteld. De voorlopige hechtenis blijft van kracht totdat het arrest onherroepelijk is en de duur van de voorlopige hechtenis gelijk is aan het ten uitvoer te leggen deel van de straf.
Hoewel de verdachte op grond van de datum van voorwaardelijke invrijheidstelling in beginsel op 26 juli 2017 in vrijheid zou kunnen worden gesteld, overweegt het hof dat de huidige regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling inhoudt dat invrijheidstelling onder voorwaarden plaatsvindt. De verdachte weigert aan voorwaarden mee te werken en het Openbaar Ministerie acht voorwaardelijke invrijheidstelling alleen onder voorwaarden mogelijk.
Het hof concludeert dat opheffing van de voorlopige hechtenis zonder voorwaarden in strijd is met de ratio van de regeling en dat het verzoek daarom wordt afgewezen. Tevens wordt overwogen dat het arrest waarbij tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk deel is gelast nog niet onherroepelijk is, waardoor de voorlopige hechtenis moet voortduren.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen.