Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[de veroordeelde] ,
Statenlaan 26, 2582 GM ’s-Gravenhage
Rechtbank Den Haag
De veroordeelde werd veroordeeld tot 72 maanden gevangenisstraf door het gerechtshof Den Haag, waarvan het arrest op 27 september 2024 onherroepelijk werd. Het Openbaar Ministerie (OM) besloot op 4 oktober 2024 de beslissing over voorwaardelijke invrijheidstelling met maximaal 60 dagen uit te stellen omdat nog niet alle benodigde adviezen waren ontvangen.
De veroordeelde diende bezwaar in tegen dit uitstel, stellende dat het OM nalatig was geweest in het tijdig inwinnen van adviezen en dat hij daardoor onnodig werd benadeeld. Het OM stelde dat voorwaardelijke invrijheidstelling pas kan worden verleend na een onherroepelijke veroordeling en dat het uitstel noodzakelijk was om een zorgvuldige beslissing te kunnen nemen.
De rechtbank oordeelde dat het OM niet verplicht was eerder te beslissen dan na onherroepelijke veroordeling en dat een termijn van maximaal 60 dagen voor het uitstel niet onredelijk is, mede gezien de ernst van de zaak en de noodzaak adviezen van diverse instanties af te wachten.
Daarom werd het bezwaar ongegrond verklaard en bleef het uitstel van de beslissing over voorwaardelijke invrijheidstelling in stand.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het uitstel van de beslissing over voorwaardelijke invrijheidstelling is ongegrond verklaard.